September 10, 2026

Op school vond Tijl zijn motivatie niet. In de luchtvaart wel.

Een gesprek over luchtvaarttechnieken, Defensie en wat er kan gebeuren wanneer een sterke jongere eindelijk weet waarvoor hij leert.

Twee keer vijf

De toekomst van Tijl lag op een computerscherm. Of beter: ze stond er twee keer onder elkaar.

Samen met zijn moeder vulde hij een studie-interessetest in. Het schoot niet echt op. Tijl gaf bijna alles een twee, een drie of een vier. Niets was uitgesproken verkeerd, maar niets leek hem ook zó sterk te raken dat hij voluit voor de hoogste score koos. Zijn moeder keek even mee en zei plots: ‘Als je nergens een vijf aanduidt, gaat die test jou ook niet vertellen wat je echt graag wilt.’

Tijl begon bewuster te antwoorden. Even later verschenen twee activiteiten vlak onder elkaar. De eerste ging over sleutelen aan een vliegtuig in een hangar. De tweede over werken bij Defensie. Twee keer koos hij zonder aarzelen voor vijf.

Precies op dat moment kwam zijn vader de trap af. Hij keek even mee  naar het scherm, zag de twee scores en maakte lachend een eenvoudige optelsom: ‘Ah, twee keer vijf is tien. Da’s 10 op 10. Combineer die twee dan toch?’

Het was een klein huiselijk momentje, bijna toevallig. Geen groot inzicht aan een vergadertafel, geen stem die plechtig zijn toekomst aanwees. Alleen een moeder die haar zoon aanspoorde om eerlijker te kiezen, een vader die op het juiste ogenblik binnenkwam en de twee interesses aan elkaar koppelde. Maar daar, op dat scherm, kreeg een toekomst die tot dan toe een blanco blad was, plots contouren.

De jongen achteraan in de klas

Als kind zat Tijl zelden stil. Hij reed met zijn fiets, voetbalde in de tuin, sprong op de trampoline en liep door het huis en de trap op en af. Wanneer hij wel binnen bleef, kon hij zich verliezen in boeken, puzzels, auto's en actiefiguren. Zijn ouders zagen hoeveel energie er in dat kleine ventje zat en schreven hem op zesjarige leeftijd in bij de Chiro. Daar kon hij bewegen, buiten zijn en dingen doen die thuis niet konden. Hij vond er ook de vrienden die hij vandaag zijn vrienden voor het leven noemt.

Op school was van die beweeglijke, nieuwsgierige jongen minder te zien. Tijl begon in Moderne Talen-Wetenschappen en stapte later over naar Sportwetenschappen. De extra beweging ingeroosterd in het lesplan hielp, maar ook daar bleef te veel tijd gereserveerd voor boeken, theorie en lang stilzitten.

Dat hij de leerstof niet aankon, was het probleem niet. Wiskunde en fysica lagen hem bijzonder goed. Het waren immers vakken waarin hij kon redeneren en verbanden leggen. Ook voor biologie behaalde hij sterke resultaten. Vakken waarvoor hij vooral veel uit het hoofd moest leren, vroegen meer moeite. In de loop van het schooljaar bleef die “blok”inspanning weleens uit. Maar wanneer de examens naderden en het cijferdoel plots heel concreet werd, kon hij nog een stevige sprint trekken. Op korte tijd alles verwerken en klaar.

Tijdens oudercontacten hoorden zijn ouders vaak een variant op hetzelfde: de leerkrachten zagen hem wel ergens achteraan zitten, maar echt opvallen deed hij niet. Geen hand die voortdurend de lucht in ging. Geen leerling die zich nadrukkelijk liet horen. In de juiste groep kon hij dan wel heel levendig zijn, maar in de klas hield hij zich meestal op de achtergrond.

Daardoor bleef ook een deel van hem buiten beeld. Niet alleen zijn energie, maar ook zijn initiatief, zijn vermogen om overzicht te bewaren en zijn bereidheid om verantwoordelijkheid op te nemen. Op school liet hij vooral zien dat hij kon volgen. Hij kon er echter niet laten zien waarin hij wél kon uitblinken.

Een richting die bij hem begon te passen

De twee vijven kwamen niet helemaal uit het niets. Kort daarvoor had Tijl, met wat ‘lichte dwang’ van zijn moeder zoals hij het zelf lachend noemt, een kerntalentenanalyse gedaan. Daaruit kwamen elementen die hij toen nog niet vanzelf met een concrete studie verbond: hij voelt zich aangetrokken tot uniformberoepen, houdt van duidelijkheid, discipline en georganiseerd werken, maar heeft tegelijk nood aan afwisseling en meerdere doelen. Hij kan sterk zelfstandig werken én functioneert graag in een groep. Ook initiatief nemen en leidinggeven bleken belangrijker dan zijn stille houding op school deed vermoeden.

Eerst keek Tijl nog in de richting van de politie. Zijn vader werkt bij de politie en die wereld was hem vertrouwd. Op een studie-informatiedag (SID-in in Gent) ging het gezin daarom naar de politiestand. Aan de overkant stond Defensie. Groter, opvallender en omringd door materiaal dat onmiddellijk nieuwsgierig maakte. Ze liepen erheen en raakten aan de praat met iemand die precies de opleiding had gevolgd die Tijl intussen overwoog: luchtvaarttechnieken in combinatie met Defensie.

Het gesprek deed iets wat geen folder of website tot dan toe had gekund. Het maakte de mogelijkheid echt. Hier stond iemand die het traject kende, die kon vertellen hoe de dagen eruitzagen en die liet zien dat techniek, militaire discipline en een concrete job wel degelijk in één keuze konden samenkomen.

Vanaf dat ogenblik ging het snel, al betekende ‘snel’ allerminst ‘gemakkelijk’. Tijl moest bij Defensie solliciteren en doorliep een strenge selectie met medische, fysieke en cognitieve proeven. Hij kreeg wiskunde, ruimtelijk inzicht, logisch redeneren en leiderschap voorgeschoteld. Daarna volgde een motivatiegesprek waarin hij als zeventienjarige overtuigend moest uitleggen waarom hij daar thuishoorde.

Zijn ouders namen het traject niet van hem over, maar bleven dicht in de buurt. Zijn moeder had hem geholpen om niet veilig in het midden van de interessetest te blijven hangen. Zijn vader zocht mogelijke vragen op en oefende ze samen met hem. Ze bekeken de fysieke normen, verzamelden oefeningen en brachten structuur in de voorbereiding. Het lopen, studeren, oefenen en antwoorden formuleren moest Tijl zelf doen. Zijn ouders zorgden er vooral voor dat zijn inzet ook een eerlijke kans kreeg om zichtbaar te worden.

Na de tweede selectiedag overliep een beoordelaar de resultaten met hem. Die vertelde dat hij zulke scores niet vaak zag. Tijl bleek niet alleen geschikt, maar ‘bovengeschikt’: hij scoorde boven het niveau dat voor de functie werd verwacht.

Voor Tijl voelde dat bijna onwerkelijk. De jongen die op school nauwelijks opviel, kreeg plots zwart op wit te horen dat er méér in hem zat dan minimaal nodig was. Hij had hard gewerkt, maar had zichzelf nooit op die manier gezien.

Eindelijk weten waarvoor hij leert

Vandaag combineert Tijl de bachelor Luchtvaart aan VIVES in Oostende met zijn opleiding bij Defensie. Tijdens het academiejaar zit hij gewoon tussen de andere studenten. Zijn docenten weten niet noodzakelijk wie daarnaast kandidaat-militair is. In de vakanties verruilt hij de hogeschool voor de Militaire Initiatiefase, met onder meer kaartlezen, schietoefeningen, EHBO, militaire procedures en oefeningen rond veiligheid en samenwerking.

Het eerste jaar was druk. Terwijl vrienden vakantie hadden, zat Tijl weken bij Defensie. Daarna wachtten de herexamens. Tijd met zijn vrienden en vriendin werd schaarser. Toch vertelt hij niet als iemand die zich door een opgelegd programma sleept. Integendeel: voor het eerst lijkt de inspanning zelf deel uit te maken van iets waarnaar hij verlangt.

Ook de manier van leren aan VIVES past hem. Hij had verwacht dat hij eerst maanden theorie zou moeten verwerken voordat hij iets in handen kreeg. Maar vakken zoals aerodynamica en luchtvaarttechnologie hebben meteen een praktijkgedeelte. Wanneer studenten leren over metalen, schroeven en rivetten, gaan ze er vervolgens zelf mee aan de slag.

Een van de eerste opdrachten was bedrieglijk eenvoudig: maak een metalen kistje. Geen vliegtuig, geen motor, geen spectaculaire machine. Maar terwijl hij meet, materiaal kiest en verbindingen maakt, krijgt de theorie betekenis. De rivet uit de PowerPoint zit plots tussen zijn vingers. Wat abstract leek, wordt zichtbaar en bruikbaar. Voor Tijl maakt net dat het verschil. Hij begrijpt beter, onthoudt gemakkelijker en hoeft niet te wachten op het antwoord op de vraag waarvoor hij iets leert.

Bij Defensie ontdekt hij intussen een andere kant van zichzelf. Tijdens een bivak kreeg zijn groep tien minuten om een tent op te zetten. Als het lukte, mochten ze een kwartier langer en rustiger eten. Iedereen kon beginnen rondlopen en hopen dat de tent vanzelf vorm kreeg. Tijl zag wat er dreigde te gebeuren, stapte naar voren, verdeelde de taken en hield het overzicht. De tent stond op tijd.

Hij vertelt het zonder zichzelf groter te maken dan hij is. Wat hem bijblijft, is niet dat hij de baas kon spelen, maar de voldoening toen de groep samen het doel bereikte. In dat ene moment kwamen verschillende kerntalenten samen: overzicht bewaren, meerdere dingen tegelijk opvolgen, zelfstandig beslissen, samenwerken en leiding nemen wanneer dat nodig is.

Helemaal nieuw was dat leiderschap niet. Bij de Chiro is Tijl vandaag leider van jonge kinderen. Daar leerde hij voor het eerst een groep sturen, activiteiten organiseren en verantwoordelijkheid dragen. Bij Defensie zal de context strenger zijn en de verantwoordelijkheid groter, maar de eerste beweging is dezelfde: zien wat een groep nodig heeft en helpen om iedereen mee te krijgen.

Kop in de grond en stappen

Dat een passende richting alles vanzelf gemakkelijk maakt, bewijst zijn parcours niet. Tijdens een kaartleesoefening in de hittegolf van afgelopen zomer legde Tijl ongeveer twintig kilometer af. Het was om en bij de 38 graden. Hij droeg een vuurbestendige broek, een combat vest en een rugzak van ruim dertig kilogram.

Er was geen terrasje waar hij even kon stoppen en geen winkel waar hij snel iets kouds kon halen. Voor de hele dag had hij een militair rantsoen meegekregen. Dat was het. Op een bepaald moment, vertelt hij, zat hij misschien dieper dan ooit tevoren. De hitte, het gewicht en de afstand deden hun werk.

Toch bleef hij gaan. ‘Kop in de grond en stappen’, zegt hij nuchter. Niet omdat hij plots iemand anders was geworden, maar omdat hij wist waarvoor hij daar liep. Aankomen betekende meer dan een oefening afvinken. Het bewees hem opnieuw dat hij veel verder kon gaan dan hij vroeger van zichzelf had gedacht.

Er zit iets veelzeggend in het contrast. Op school had Tijl soms een aansporing nodig om aan zijn boeken te beginnen. Hier bleef hij met dertig kilo op zijn rug doorstappen in de hitte. Het verschil zit niet eenvoudigweg tussen lui en gemotiveerd, of tussen vroeger en nu. Het zit tussen een taak die los van hem stond en een doel waarvan hij zelf deel wilde uitmaken.

Een gigantisch beest

Voorlopig lopen zijn twee opleidingen nog grotendeels naast elkaar. Bij Defensie kreeg hij eerst de algemene militaire basis; aan de hogeschool leert hij de fundamenten van luchtvaart en techniek. In het tweede en derde jaar zullen beide werelden steeds meer samenvallen, onder meer tijdens kazernebezoeken en kennismakingen met de werkvloer.

Wanneer Tijl over de toekomst praat, komt er nog meer energie in zijn stem. Het liefst wil hij later aan de A400M werken, het grote militaire transportvliegtuig waarmee onder meer materiaal en voedselpakketten worden vervoerd. ‘Een gigantisch beest’, noemt hij het met zichtbaar ontzag.

Binnen de vliegtuigtechniek koos hij voor mechanica: motoren, onderdelen, sleutelen en problemen oplossen met zijn handen én zijn hoofd. Op termijn droomt hij ervan als loadmaster de coördinatie op zich te nemen wanneer de vracht uit het vliegtuig gaat of parachutisten springen. Missies trekken hem aan vanwege de techniek en verantwoordelijkheid, maar ook door het avontuur en de kans om de wereld te zien.

Het is geen keuze die zijn omgeving van de stille jongen achteraan in de klas had verwacht. Ook Tijl zelf had ze enkele jaren eerder niet kunnen voorspellen. Vandaag twijfelt hij er niet aan dat hij de sprong opnieuw zou wagen.

De stap durven zetten

Aan jongeren die hetzelfde traject overwegen, geeft Tijl geen romantisch advies. Bereid je voor, zegt hij. De militaire opleiding is fysiek zwaarder dan veel kandidaten verwachten. Conditie is belangrijker dan brute kracht. De normen zijn vooraf bekend, dus gebruik ze. Oefen ook de cognitieve proeven en denk na over je motivatie, zodat je tijdens het gesprek niet voor het eerst woorden moet zoeken voor een keuze die veel van je zal vragen.

Maar zijn belangrijkste boodschap reikt verder dan Defensie of luchtvaarttechnieken. Durf te onderzoeken wat jou echt raakt, ook wanneer de keuze niet lijkt op het traject dat anderen voor jou hadden verwacht. Een algemene richting in het secundair hoeft niet vanzelfsprekend naar een klassieke vervolgopleiding te leiden. En een jongere die vandaag weinig motivatie toont, heeft niet noodzakelijk minder ambitie of potentieel.

Misschien heeft die vooral nog geen plek gevonden waar theorie en praktijk, talent en doel, vrijheid en structuur goed genoeg samenvallen.

Wat dit verhaal zichtbaar maakt

Tijl werd niet plots slim, gedisciplineerd of sterk. Die eigenschappen waren er al. Alleen bleven ze in een klassieke schoolcontext gedeeltelijk onder de radar. De kerntalentenanalyse gaf woorden aan wat hem van nature drijft. De interessetest bracht een richting in beeld. Zijn moeder hielp hem om werkelijk positie te kiezen. Zijn vader zag een combinatie die Tijl zelf nog niet had overwogen en hielp hem zich degelijk voor te bereiden. Maar Tijl was degene die de stap zette, door de selectie ging en bleef stappen toen het 38 graden was.

Hij is nog altijd rustig en bescheiden. Nog altijd niet degene die automatisch zijn hand het hoogst opsteekt. Maar geef hem een concreet doel, verantwoordelijkheid en ruimte om zelf te handelen, en er verschijnt een andere kant: iemand die initiatief neemt, een groep kan meenemen en verrassend diep wil gaan.

Zijn verhaal laat zien dat motivatie geen vast etiket is dat je op een jongere kunt kleven. Ze ontstaat in de ontmoeting tussen wie iemand is, wat die belangrijk vindt en de omgeving waarin die terechtkomt. Soms begint die ontmoeting heel eenvoudig: met twee vijven op een scherm en een vader die op het juiste moment de trap af komt.