September 1, 2026

Onderwijs en arbeidsmarkt op twee snelheden. De jongere ertussen.

Hoe sneller de wereld verandert, hoe minder tijd we onszelf gunnen om iets te leren. Het is een vreemde paradox, maar we houden er collectief aan vast.

Eenmaal we ons in de professionele wereld begeven, verwachten we van iedereen wendbaarheid, digitale vaardigheden, AI-geletterdheid, zelfstandigheid, kritisch denken, probleemoplossend vermogen en liefst een flinke portie zelfkennis erbovenop.

Van iédereen.

Dus ook van iemand van 22 die vorige maand nog op kot zat.

Die jongere heeft misschien een studentenjob overleefd, een stage gelopen of een studentenvereniging geleid. Maar één ding is hij nog nooit echt geweest: werknemer. Nooit jarenlang gefunctioneerd tussen collega's, targets, klanten en deadlines. Nooit een fout gemaakt met echt iets op het spel. Nooit ontdekt dat wat op school werkte, op de werkvloer misschien helemaal anders uitpakt.

Dat moet nog allemaal beginnen.

En toch verwachten we steeds vaker dat starters binnenkomen als een min of meer afgewerkt product.

Dat is niet alleen onrealistisch. Het wordt stilaan een probleem.

Twee werelden, twee snelheden

Vroeger was de overgang van school naar werk relatief overzichtelijk: onderwijs legde de basis, de werkgever bouwde erop verder. Die twee sloten nooit perfect op elkaar aan, maar de kloof was te overbruggen.

Vandaag bewegen ze elk in een andere versnelling.

Onderwijs verandert niet op commando, hoe graag we dat soms ook zouden willen. Eindtermen, leerplannen, regelgeving, budgetten en opleidingen verschuiven traag. Fundamentele veranderingen vragen tijd. Dat kan helaas moeilijk anders.

Bedrijven hebben die luxe veel minder.

AI herschrijft processen, klanten verwachten iets anders, functies verschuiven, taken verdwijnen en andere ontstaan. Stilstaan is dus geen optie.

Precies daar ontstaan de twee snelheden.

En daartussen staat de jongere, met bijna de impliciete instructie: haal ons maar in.

Niet volledig voorbereid op wat er komt. Evenmin wetend wat die werkgever precies zal verwachten.

Omdat bedrijven steeds minder houvast hebben — hun wereld draait nu eenmaal sneller dan onderwijs jongeren erop kan voorbereiden — proberen we zekerheid te creëren. Specifiekere functieprofielen, langere lijstjes competenties, meer ervaring gevraagd voor een instapfunctie die dat woord soms amper nog verdient.

Dat geldt niet alleen voor jongeren. Alleen heeft een starter nog nauwelijks professionele context om tegenover al die verwachtingen te zetten.

Niemand is hier dé schuldige. Maar degene die de afstand uiteindelijk moet overbruggen, is wel de jongere.

We moeten anders kijken naar startend potentieel

Jongeren beoordelen op wat we vandaag al kunnen meten is easy peasy: een diploma, punten, een sollicitatiegesprek. Hup, afvinken en klaar.

Maar daarbij vergeten we steevast dat wat iemand in één context laat zien, niet noodzakelijk vertelt wie die persoon is of waartoe die nog in staat kan zijn.

Dat is precies waarvoor jongeren bij mij langskomen: om die switch te maken. Van jongeren die alles onder controle proberen te houden en moeten leren loslaten, tot onderpresteerders die eindelijk durven ontdekken waartoe ze werkelijk in staat zijn.

Want middelmatige punten zijn geen bewijs van middelmatige capaciteiten. Topscores beloven geen vlekkeloze carrière. En een vaardigheid die iemand vandaag nog niet laat zien, kan morgen razendsnel ontwikkeld worden.

Wat we zien, is veelal een momentopname.

Verander de context en er verschijnt soms een compleet andere jongere.

Zo begeleidde ik afgelopen zomer een studente Rechten die daarnaast actief was in een studentenvereniging. Voor haar waren dat twee gescheiden werelden: studie en uitlaatklep.

Tot we keken naar wat ze daar precies deed.

Structuur brengen. Mensen verbinden. Mensen in beweging krijgen. Vooruitdenken. En op het moment dat het te veel werd, heel bewust haar rol afbakenen en verdergaan als adviseur.

Zelf noemde ze dat nooit strategisch denken. Haar omgeving evenmin. Voor haar waren het gewoon dingen die ze deed na de lesuren. Thuis werd er weinig over gesproken en ook haar docenten kregen dat deel van haar nauwelijks te zien.

Dus kregen die capaciteiten weinig betekenis.

Voor haar waren ze zelfs "normaal" — en dus nauwelijks het vermelden waard.

Precies daar zit voor mij de essentie. Wat buiten de schoolbanken zichtbaar werd, kreeg niet hetzelfde gewicht als haar cijferlijst. Pas toen we verschillende ervaringen naast elkaar legden, werd duidelijk welk patroon erin zat en welke sterke capaciteiten ze eigenlijk al gebruikte.

Niet alles wat in een jongere zit, staat vandaag al op papier.

AI vergroot de afstand

AI maakt het verschil in snelheid alleen maar zichtbaarder.

Onderwijs zal moeten uitzoeken wat AI betekent voor kennis, leren, evalueren en de vaardigheden die jongeren nodig hebben. Dat vraagt tijd. Veel tijd.

Bedrijven hebben die tijd niet. AI verandert vandaag al processen, functies en verwachtingen. Wie de komende jaren jong talent aanwerft, kan daarom niet wachten tot onderwijs starters aflevert die perfect voorbereid zijn op de specifieke AI-realiteit van zijn organisatie.

Daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor werkgevers.

Een starter hoeft niet binnen te komen met kant-en-klare kennis van jouw tools, processen en AI-toepassingen. Leer het hem. Geef hem de ruimte om zijn vakkennis te verbinden met wat technologie mogelijk maakt.

Geen revolutionaire HR-theorie.

Vooral gezond verstand.

En precies omdat noch onderwijs, noch bedrijven de snelheidskloof morgen kunnen wegwerken, wordt iets anders belangrijker: jongeren een beter kompas geven.

Een beter kompas

Onderwijs verandert niet morgen. Bedrijven vertragen niet. En technologie zet je niet even op pauze.

Precies daarom geven we jongeren best iets anders mee: een beter kompas.

Wat drijft mij? Waar leer ik snel? Welke capaciteiten worden in mijn huidige omgeving amper zichtbaar? Waar kom ik tot mijn recht? Wat kan ik nog ontwikkelen?

En vooral:

wat is er nog mogelijk dat vandaag nergens op papier staat?

Die verantwoordelijkheid ligt bij ouders, onderwijs, werkgevers, begeleiders én jongeren zelf.

Want zodra de route minder duidelijk wordt, moet het kompas beter worden.

Volgende week: Tijl

Volgende week laat ik iemand aan het woord die dit bijzonder mooi illustreert.

Wie Tijl alleen vanuit zijn schoolse context had beoordeeld, had makkelijk conclusies getrokken over zijn motivatie en mogelijkheden.

Vandaag combineert hij een opleiding luchtvaarttechnieken met Defensie.

Dezelfde jongere.

Andere context.

Plots wordt zichtbaar wat er al die tijd al zat.

Zijn verhaal vertelt hij volgende week zelf.

Daarom verandert Oida

Twintig jaar onderwijs, acht jaar als ondernemer dicht bij bedrijven... Lange tijd waren dat voor mij twee aparte werelden.

Vandaag zie ik vooral wat ertussen gebeurt.

Een onderwijssysteem dat tijd nodig heeft om te veranderen. Organisaties die steeds sneller moeten schakelen. En jongeren die geacht worden de sprong tussen beide gewoon te maken.

Precies daar wil ik met Oida gaan staan.

Niet aan de kant van onderwijs. Niet aan de kant van bedrijven. Maar bij de jongere die tussen beide werelden zijn weg moet vinden.

Door jongeren niet alleen voor te bereiden op wat we vandaag al kennen, maar hen te helpen ontdekken wat er werkelijk in hen zit, zichtbaar of nog niet.

Door onderwijs mee te laten onderzoeken hoe nieuwe vaardigheden geleidelijk een plaats kunnen krijgen.

En door bedrijven beter te laten zien wat het werkelijke startpunt van jongeren is, voorbij diploma's, ervaring en wat tijdens een eerste selectieprocedure zichtbaar wordt.

Want in een wereld die steeds sneller draait, kunnen we het ons simpelweg niet permitteren om potentieel over het hoofd te zien.

Precies daar ligt mijn plaats met Oida: naast de jongere, terwijl die de brug tussen onderwijs en arbeidsmarkt oversteekt.