July 9, 2026

Jongeren zijn niet minder sterk geworden. De context is gewoon compleet veranderd.

Binnen een paar weken stapt opnieuw een generatie jongeren de arbeidsmarkt op. Met diploma’s, resultaten en jaren opleiding op zak. Klaar voor de toekomst, zeggen we dan.

Alleen… die toekomst ziet er ondertussen helemaal anders uit dan waarvoor ze werden voorbereid.

Onderwijs leert jongeren vandaag nog altijd hoe ze correct moeten functioneren binnen een systeem. Goede punten halen. Deadlines respecteren. De juiste antwoorden geven. Binnen de verwachtingen blijven.

En begrijp me niet verkeerd: daar zit absoluut waarde in. Maar ondertussen functioneren organisaties in een realiteit waar het systeem zelf voortdurend verandert.

En precies daar begint vandaag iets te wringen.

Jongeren komen niet in een job terecht. Ze komen in een compleet andere realiteit terecht.

Veel organisaties voelen het vandaag. Vacatures raken moeilijk ingevuld. Jongeren haken sneller af. Of ze lopen vast. En dan hoor je al snel:

Ze kunnen niet meer tegen druk, Ze willen te snel opgeven, Ze missen maturiteit, We moeten op eieren lopen.

Volgens mij kijken we veel te oppervlakkig naar wat hier écht gebeurt. Want deze jongeren komen terecht in organisaties die zelf midden in verandering zitten. Teams veranderen. Rollen veranderen. Verwachtingen veranderen. Prioriteiten veranderen.

En tijdens die hele zoektocht vallen telkens dezelfde woorden.

  • “Adaptatie.”
  • “Wendbaarheid.”
  • “Resilience.”
  • “Ownership.”
  • “Kritisch denken.”

Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee?

“Ah ja… mensen moeten zich een beetje kunnen aanpassen, hé.”

Oké. Maar aanpassen aan wat precies? Hoe? Wanneer? Voor wie? En aan welk tempo? Tot welk doel?

En wanneer je die vragen stelt, wordt snel duidelijk dat organisaties zelf ook nog zoeken. En zo ontstaat verwarring.

Jongeren stellen luidop vragen bij wat er van hen verwacht wordt. Terwijl mensen met meer ervaring er stilletjes zelf hun eigen interpretatie aan geven.

En zo krijg je organisaties waarin iedereen dezelfde woorden gebruikt, maar weinigen dezelfde betekenis delen.

Willen we vooruitgang maken, dan zullen we eerst veel duidelijker moeten communiceren. Minder managementtaal. Meer duidelijkheid over wat we écht verwachten.

Examens zijn voorspelbaar. Moderne organisaties zijn dat niet.

Hier zit volgens mij de echte spanning.

Een examen is zwaar, ja. Zeker wanneer studenten vandaag in temperaturen boven de 30 graden zitten te blokken. Maar een examen heeft wel een sterk voordeel: het is duidelijk.

Je weet wat je moet studeren. Je weet wanneer het komt. Je weet hoe je geëvalueerd wordt. Kortom, het systeem is voorspelbaar.

Maar veel moderne organisaties zijn dat vandaag niet meer. Nieuwe medewerkers komen binnen en wachten op duidelijkheid. Op structuur. Op richting.

Alleen is die duidelijkheid soms ver zoek. Want managers zoeken naar antwoorden tussen overvolle agenda’s. Teams kijken naar elkaar wie het nu eigenlijk gaat oplossen. En ondertussen verandert de strategie alweer omdat het management een nieuwe ‘why-sessie’ heeft gevolgd.

En toch verwachten we dat jonge medewerkers - en bij uitbreiding ook ervaren medewerkers - “zelfstandig ownership nemen”. Terwijl we mensen jarenlang geleerd hebben om vooral correct binnen bestaande kaders te functioneren.

We hebben jongeren geleerd hoe ze binnen de lijnen moeten functioneren. En sturen ze nu een wereld in waar de lijnen voortdurend verschuiven.

We hebben jarenlang systemen gebouwd - zowel in onderwijs als in bedrijven - waarin succes gelijk stond aan:

  • de juiste antwoorden geven,
  • fouten vermijden,
  • evaluaties doorstaan,
  • en functioneren binnen duidelijke verwachtingen.

Niet onbegrijpelijk ook. Want lange tijd leefden we in een maatschappij die relatief voorspelbaar was. Organisaties veranderden wel, maar veel trager. De overgang van school naar arbeidsmarkt was duidelijker. De afstand tussen beide werelden was kleiner.

Vandaag is die afstand veel groter geworden. Organisaties veranderen sneller. Verwachtingen veranderen sneller. Rollen veranderen sneller. En dus verwachten bedrijven vandaag ook andere vaardigheden van mensen.

Zelfstandigheid. Kritisch denken. Omgaan met onzekerheid. Mentale flexibiliteit.

Alleen leer je die dingen niet zomaar door af en toe eens “out of the box” te mogen denken binnen een sterk gestructureerd systeem.

Een stageperiode? Prima. Maar na een paar weken is het opnieuw back to school-business.

Een politiek debat? Boeiend. Maar om 14.45 uur zitten we opnieuw in de klas.

Een buitenlandse reis? Fantastisch. Maar vaak vooral als mooie afsluiter van het schooljaar of om gewoon op de CV te zetten.

En precies daar zit vandaag de spanning. Want wendbaarheid - ook zo'n mooi doch weinigzeggend woord - leer je niet door altijd binnen de lijnen te blijven.

Bedrijven kunnen dit probleem doorschuiven naar onderwijs. Maar ze zullen vandaag zelf een oplossing moeten bouwen.

Ja, onderwijs moet veranderen. Absoluut.

Maar bedrijven die vandaag wachten tot onderwijs dit oplost, gaan een bijzonder moeilijke periode tegemoet. Want de realiteit is simpel:

Organisaties zullen zelf veel meer leeromgevingen moeten worden. Niet als hip HR-verhaal. Maar uit pure noodzaak.

De sterkste bedrijven van de komende jaren zullen niet per se – of alleen – de bedrijven zijn met de meeste technologie. Wel de bedrijven die het snelst mensen leren omgaan met verandering, onzekerheid en complexiteit.

Bedrijven die begrijpen dat jonge sterke profielen vandaag niet afhaken omdat ze zwak zijn. Maar omdat de context fundamenteel veranderd is.

Ik schrijf en spreek over cognitief leiderschap, verborgen potentieel en de spanning tussen sterke profielen en veranderende organisaties.