January 31, 2026

De groei van zelfstandigen is geen toeval

Waarom talent vertrekt, kennis versnipperd raakt en bedrijven meer macht hebben dan ze denken

België telt meer zelfstandigen dan ooit. Eind 2024 ging het om bijna 1,3 miljoen zelfstandigen, een historisch record. Die groei zet zich al jaren door en is structureel van aard.

Op individueel niveau is dat vaak een positief verhaal: mensen nemen initiatief, zoeken autonomie en bouwen iets eigen op. Maar wanneer je deze evolutie bekijkt op organisatieniveau en macro-economisch niveau, wordt duidelijk dat er meer speelt.

De groei van zelfstandigen is niet alleen een teken van ondernemingszin. Ze is ook een symptoom van interne frictie.

1. Ondernemerschap ontstaat vaak waar organisaties geen ruimte meer bieden

In gesprekken met mensen die “het zelf zijn gaan doen”, zie ik één patroon steeds terugkeren: dit was zelden plan A.

Voor velen was het een antwoord op:

  • jarenlange frictie
  • vastlopende rollen
  • gebrek aan ontwikkelruimte
  • het gevoel dat hun bijdrage steeds smaller werd

Ondernemerschap werd dus een vlucht naar vrijheid. En bescherming. Niet tegen werken, maar tegen structuren waarin ze zichzelf niet meer herkenden.

2. Het zijn opvallend vaak de profielen die je wil houden

Belangrijk: het gaat hier zelden om de “zwakke schakels”.
Integendeel.

De mensen die vertrekken om zelfstandig te worden zijn vaak:

  • inhoudelijk sterk
  • betrokken
  • breed inzetbaar
  • nieuwsgierig
  • al jaren waardevol

Met andere woorden: dit zijn mensen die een organisatie perfect had kunnen houden. En niet onbelangrijk: loon was nooit het breekpunt. Nooit. 

De eerste oefening voor bedrijven is dan ook eenvoudig, maar confronterend:
wie is er al vertrokken terwijl die persoon eigenlijk cruciaal was, en is nu zelfstandig actief in exact hetzelfde domein?

Dat vertrek is namelijk geen toeval. Het is een signaal.

3. Van individuele vrijheid naar collectieve versnippering

De uitdaging wordt groter. Want wanneer veel mensen om dezelfde redenen vertrekken, ontstaat er een macro-effect:

  • mensen met gelijkaardige expertise starten in dezelfde niches
  • ze worden elkaars concurrenten
  • de markt versnippert
  • prijzen komen onder druk

Voor de zelfstandige betekent dit vaak: veel werk, weinig zekerheid.
Voor organisaties betekent het dat kennis die ooit intern zat, extern en fragmentarisch wordt.

Ironisch genoeg huren bedrijven diezelfde expertise later opnieuw in: project per project, zonder continuïteit en vaak onder prijsdruk.

Zo ontstaat een glijbaan die niemand wil nemen:
talent vertrekt → kennis versnippert → tarieven dalen → strategische samenhang verdwijnt.

4. Geen toekomstvoorspelling, maar een zichtbaar patroon… vooral bij Gen Z

Deze beweging is geen toekomstvoorspelling. Ze is vandaag al zichtbaar, en nergens zo scherp als bij Gen Z.

In België toont onderzoek dat tot 51 % van de Gen Z-vrouwen overweegt om een eigen bedrijf te starten of te leiden, een percentage dat aanzienlijk hoger ligt dan bij oudere generaties. Daarnaast geeft ongeveer 3 op de 10 jongeren (±31 %) aan na afstuderen een eigen zaak te willen starten.

Dat zijn geen randcijfers. Dat is een structureel signaal.

Die ondernemersambitie komt niet enkel voort uit een drang naar zelfstandigheid, maar ook uit een voorafgaande inschatting: dat klassieke loopbanen te weinig ruimte laten voor autonomie, ontwikkeling en combinaties.

Met andere woorden: Gen Z anticipeert sneller. Waar eerdere generaties eerst jarenlang probeerden te passen binnen bestaande structuren, test Gen Z vroeger alternatieven. Niet omdat ze minder loyaal zijn, maar omdat ze sneller aanvoelen waar ruimte ontbreekt.

Dat maakt Gen Z geen uitzondering, maar een versneller.
Wat bij hen zichtbaar wordt aan het begin van hun loopbaan, zien organisaties bij andere generaties vaak pas jaren later wanneer het vertrek al een feit is.

5. Kennis blijft te vaak steken bij inspiratie

Tegelijk investeren organisaties meer dan ooit in:

  • keynotes
  • workshops
  • wellbeing-initiatieven
  • inspiratiesessies

Goede intenties, zonder twijfel.
Maar in de praktijk gebeurt vaak dit:

  • een sterke spreker komt langs
  • een boeiende namiddag ontrolt zich
  • er ontstaan goede gesprekken
  • en daarna… stilte

De kennis blijft dus extern. Ze wordt niet geïntegreerd.
Er is geen eigenaarschap, laat staan structurele opvolging.

En zo zijn al deze initiatieven enkel pleisters op een wonde. Dat is bijzonder jammer want er is maar één resultaat:  “Leuke namiddag… maar wat nu?”

Ook dat is een vorm van lek. Niet alleen van geld, maar vooral van potentieel.

6. Deeltijds werk en bijberoep als vroeg waarschuwingssignaal

Nog vóór mensen vertrekken, zie je vaak iets anders gebeuren: ze gaan deeltijds werken om daarnaast iets anders op te bouwen.

Ik maak hierbij graag een belangrijk onderscheid:

  • deeltijds werken omwille van zorg of levensfase is iets anders
  • dan deeltijds werken om elders te doen wat intern geen plaats krijgt

Net die laatste groep bevat zeer waardevolle informatie want dit zijn mensen die exact kunnen benoemen:

  • waar structuren in het bedrijf knellen
  • waar groei vastloopt
  • waar talent begint te sputteren

Wie die signalen ernstig neemt, krijgt inzicht. Wie ze negeert, ziet helaas uitstroom.

7. De verborgen kost van al die combinaties

De combinatie van deeltijdse jobs, bijberoepen en versnipperde rollen heeft ook een harde kost.

Voor bedrijven:

  • deeltijds werken is duurder per FTE
  • werk wordt herverdeeld of blijft liggen
  • de druk op teams neemt toe
  • verloop versnelt

Voor de overheid:

  • ontstaan lagere en complexere belastingstromen
  • stijgt de administratieve kost
  • en neemt de stabiliteit in bijdragen af

Dit is geen ideologisch punt, maar een rekenkundig gegeven.
Op grote schaal kost deze versnippering geld. Veel geld.
En ze veroorzaakt stress. Veel stress.

En daar hebben we allemaal genoeg van. 

8. Bedrijven hebben dus een enorme opportuniteit

Dit is geen pleidooi tegen ondernemerschap. Integendeel.
Het is evenmin een beschuldiging richting bedrijven. Zij vormen net het instituut (what’s in a name?) waar veel van dit potentieel een plaats kan krijgen.

Organisaties hebben vandaag wél een unieke hefboom door intern te kijken:

  • waar vertrekken sterke profielen?
  • waarom ontstaat frictie?
  • waar zoeken mensen extern wat intern ontbreekt?
  • welke kennis zit al in huis, maar wordt niet benut?

Wie dat scherp krijgt, wint iets zeldzaams: strategische macht.

En neen, het gaat niet over macht over mensen, maar over:

  • retentie
  • kennis
  • continuïteit
  • rust in het systeem

9. De puzzel is niet complex, maar vraagt moed

De groei van zelfstandigen is dus geen toeval.
Ze vertelt iets fundamenteels over hoe werk vandaag georganiseerd is.

Talent vertrekt niet omdat het niet wil werken.
Het vertrekt omdat het geen plek vindt waar zekerheid, ontwikkeling en autonomie samen kunnen bestaan.

De vraag is dus niet:

Hoe houden we mensen binnen?

Maar:

Hoe bouwen we organisaties waar mensen niet hoeven te vertrekken om zichzelf te kunnen blijven?

Die puzzel is echt niet moeilijk.
Maar ze vraagt dat bedrijven durven kijken - voorbij de leuke namiddag - en kiezen voor structurele verankering.